U bent hier

Mozart's dissonance

Mozart's dissonance

voor fluit, klarinet en strijktrio
(
2017
)

1. Quasi una cadenza

2. Scherzo

3. Adagio

Deze compositie werd geschreven in opdracht van het ensemble Oxalys dat op het concert een aanvulling wenste op o.a. het klarinetkwintet van W.A. Mozart. Het was moeilijk om een link met Mozart te maken zonder zijn muziek effectief te gebruiken, omdat deze van een absolute perfectie getuigt.

Daarom zocht ik de link op abstract niveau door enerzijds de dissonante klanken uit zijn muziek in kaart te brengen en anderzijds de onregelmatigheden in de zinstructuur als uitgangspunt te nemen. Mozarts muziek bevat prachtige dissonanten die ontstaan door melodische versieringen die telkens oplossen in een consonant akkoord. Maar als je deze niet laat oplossen en de dissonanten als zelfstandige klanken beschouwt, leunt de klank meer aan bij mijn eigen stijl. Niet toevallig zijn de typische Mozart-dissonanten al jaren aanwezig in mijn muziek als ‘consonant’. Daarom gebruikte ik in dit werk een 15-tal dissonante vierklanken (en hun inversies) die allen letterlijk in Mozarts muziek aanwezig zijn, maar plaatste hen binnen een niet-tonale context. Opvallend in Mozarts muziek is ook de natuurlijke zinsbouw, die schijnbaar symmetrisch is, maar bij nadere studie meestal verrassend asymmetrisch blijkt te zijn. Deze asymmetrie heeft me altijd erg geïntrigeerd en werd de basis van de ritmische structuur voor dit werk.

De compositie is drieledig doorgecomponeerd en begint na een korte introductie met een improvisatorisch deel ('Quasi una cadenza'), waarin de fluit de hoofdrol speelt en al het materiaal aanbrengt voor de andere instrumenten. Vervolgens volgt een ritmisch 'Scherzo' waar de fluit multiphonics speelt en er dikwijls onenigheid ontstaat onder de vijf instrumenten (het Engelse woord ‘dissonance’ heeft een dubbele betekenis: ‘dissonantie’ en ‘meningsverschil’). Er zijn flarden aanwezig van Mozart in de ‘seufzer’-motieven (typische Mozartiaanse ‘zucht’-motieven die ontstaan door een dalende of stijgende secunde), die onderbroken worden door repeteernoten die de boel vrolijk verstoren, afgewisseld met polyritmiek. In het laatste deel ('Adagio') duikt o.a. een walsthema op, dat door zijn opvallende eenvoud onrechtstreeks naar Mozart refereert en in de coda speelt de fluit de eerste vier noten van het beginthema van het klarinetkwintet. Hoewel dit laatste nooit mijn bedoeling was en het volledig onbewust is ontstaan, was het gezien de context een extra reden om het niet te veranderen.

Tijdsduur
10 minuten
Bezetting
  • Fluit
  • Klarinet in Bes
  • Viool
  • Altviool
  • Cello
In opdracht van
Oxalys